Het Thaise Openbaar Ministerie is in november in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van Johan van Laarhoven. Het is onduidelijk wat de gevolgen zijn voor de komst van de oud-coffeeshopeigenaar naar Nederland.
Van Laarhoven werd in 2014 opgepakt in Thailand nadat het Nederlandse OM een rechtshulpverzoek had ingediend. Van Laarhoven zou als eigenaar van vier coffeeshops The Grass Company in Den Bosch en Tilburg geld hebben witgewassen en belasting hebben ontdoken. Het OM achtte hulp van Thailand noodzakelijk omdat naar eigen zeggen het risico's bestond dat bewijsmateriaal en vermogen zou worden weggemaakt. De Nederlandse oud-coffeeshophouder werd in juni vorig jaar in Thailand veroordeeld tot 75 jaar voor witwassen van geld dat hij verdiende met de verkoop van softdrugs in Nederland. Ook zijn vrouw werd veroordeeld tot zeven jaar en vier maanden.
Nederland en Thailand hebben een uitleveringsverdrag, maar daarin is opgenomen dat de straf onherroepelijk moet zijn. Nu het Thaise OM in cassatie, een beroep bij het hoogstsprekende rechtsorgaan, is gegaan is dit niet langer het geval. Normaliter zou Van Laarhoven in juli 2018 in aanmerking zijn gekomen voor overbrenging in het kader van de WOTS-regeling, die Vera Bergkamp (D66) vaker aankaartte omdat hij dan vier jaar vast zou zitten. Dat is de minimale straf die iemand moet hebben uitgezeten om voor strafoverdracht in aanmerking te komen. Hij zou dan in Nederland de rest van zijn straf uit mogen zitten. Maar omdat het niet duidelijk is wanneer het cassatieverzoek wordt behandeld, is dit niet langer zeker.
Link: NU, 29-12-2017 komst-van-laarhoven-nederland-onzeker-hoger-beroep-thailand.html